- Over BUas
- BUas 60 jaar!
60 Years of Pioneering beyond Borders
BUas (en alles wat voorafging) bestaat 60 jaar! Natuurlijk duiken we in de archieven om wat memorabele momenten op te halen. In een serie van zes episodes zetten we zes decennia op een rij.
Deel 1: 1966-1976
Back to our roots met NWIT en VAT (waar het allemaal mee begon)
De eerste klas die in 1966 start, telt precies 60 (!) studenten. Het idee voor een school voor ‘Toerist Officieren’ (naar voorbeeld van de Koninklijke Militaire Academie in Breda) was in 1963 al bedacht door de directeur van de Bredase VVV. (Wie weet nog waar die afkorting voor staat?) 😉
Het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme (NWIT) is meteen populair, want die eerste 60 studenten zijn zorgvuldig geselecteerd uit 240 aanmeldingen. Begin jaren ‘70 zijn er zelfs 10 x zoveel aanmeldingen als er plaatsen zijn – allemaal jonge mensen die een leidinggevende of kaderfunctie ambiëren in de snel groeiende toeristische sector, die economisch steeds belangrijker wordt in die jaren.
Het pionieren begint direct met de eerste les. Niks geen collegezaal, het allereerste college wordt gegeven op 6 september 1966 in Café ’t Zuid aan de Grote Markt in Breda en is voor iedereen die het leuk vindt toegankelijk. Al heel snel (drie weken) na die eerste lesdag richten een paar ondernemende studenten Phileas Fogg op, een studentenvereniging die nog steeds met ons meereist.
Wie denkt dat onderzoek iets is uit onze latere strategienotities heeft het mis, want NWIT begint in het eerste jaar al met een researchafdeling (NRIT) die in datzelfde jaar een subsidie ontvangt van het ministerie van Economische Zaken van zo’n 40.000 gulden. En ja, het onderzoek is – net als nu – nauw verweven met het onderwijs, het vormt de basis van het eerste lesmateriaal.
En waar gaan die lessen dan over, eind jaren ‘60? ‘Skills for Life’ (zoals we die nu in onze curricula hebben zitten) bestonden nog niet, maar een inkijkje in het lesprogramma van toen is wel leuk 😊
Cluster 1:
- toeristische aardrijkskunde
- toeristische typologie (karakter streek en land)
- toeristische sociologie
- sociale geografie (land- en volkenkunde)
Cluster 2:
- twee moderne talen (Frans, Duits of Engels)
- één andere taal (Spaans, Italiaans of Russisch)
- Nederlands
Cluster 3:
- boekhouden
- rechten (vervoers- en douanerecht)
- public relations (grafische technieken)
- marktonderzoek
- reclame
Cluster 4:
- levensbeschouwing (godsdiensten in verschillende landen)
- cultuurgeschiedenis
- filosofie
- sociale psychologie
Vanuit verschillende perspectieven wordt er dus naar het toerisme gekeken. Iets wat we in ons cross-domain onderwijs altijd zijn blijven doen. Wat verder opvalt (of eigenlijk ook niet, er waren nog geen super snelle vertaaltools) is dat talen een belangrijk onderdeel vormen in het curriculum. Ons allereerste lab is dus een talenpracticum, een nieuw fenomeen in die tijd en NWIT heeft er één.
Het studieprogramma en het lesrooster worden bepaald in vergaderingen met directie, staf én studenten. Kritisch denken wordt – net als nu – aangemoedigd, zo blijkt uit een uitspraak van één van de eerste directeuren: “Het is van het grootste belang dat de studenten niet alleen op de hoogte raken van het toeristisch bedrijf, maar er ook zeer kritisch tegenover gaan staan. Dat bereik je echt niet door ze stomweg feitjes uit het hoofd te laten leren en de huidige situatie te imiteren. Er is juist behoefte aan mensen die dankzij hun studie in staat zijn gunstige veranderingen aan te brengen.” (bron: Stadsarchief Breda)
In 1968, twee jaar en drie maanden na die eerste les (dat was de studieduur toen) studeren de eerste studenten af. De eerste NWIT’er in functie gaat aan de slag bij de gemeente Gaasterland, op 1 december 1968 benoemt de raad een ‘ambtenaar voor de recreatie’, een compleet nieuwe functie in die tijd.
In datzelfde jaar richt onderwijswethouder Ed de Grood de Stichting Verkeersonderwijs Tilburg op. Het doel is een hogere technische dagschool voor verkeersdeskundigen en verkeerstechnici in Tilburg te realiseren. Het initiatief krijgt steun van onder meer ANWB en Veilig Verkeer Nederland. Die connectie met – en de relevantie voor – het werkveld is altijd een rode draad geweest in ons verhaal.
Vier jaar later gaat de Verkeersakademie Tilburg (VAT) van start (met een k, want we zitten in de jaren ’70). Het is de eerste verkeersacademie in Nederland én de eerste hogere beroepsopleiding op het gebied van verkeerskunde in Europa. De aanpak van VAT is beslist vernieuwend, de opleiding combineert techniek, mens en maatschappij in één studie. VAT pioniert ook met opdrachtgevers in de praktijk, bijzonder is dat studenten samen met professionals uit het werkveld aan relevante verkeerskundige vraagstukken werken en zo tijdens hun studie al echt iets betekenen voor de maatschappij.
VAT start in 1972 met 90 studenten en 9 medewerkers. Toen al kleinschalig dus, maar nog niet divers. De eerste verkeerskundigen die in 1976 afstuderen zijn – op één na – allemaal man. Eind jaren ’80 fuseert VAT met NWIT. Samen gaan zij verder onder de naam Nationale hogeschool voor toerisme en verkeer – al snel afgekort tot NHTV – de voorloper van BUas. Maar dat is pas veel later, volgende keer eerst: 1976-1986: NWIT verhuist naar de Sibeliuslaan en VAT timmert aan de weg
Dit verhaal van BUas is met zorg en plezier samengesteld uit ‘de archieven’ en ons collectief geheugen. Mocht er volgens jou toch echt iets niet kloppen, meld het dan gerust via [email protected].