Klimaatpositieve organisatie

BUas integreert duurzaamheid in de hele organisatie en campus via het Climate-Positive Organisation-initiatief.

BUas brengt alle bedrijfsactiviteiten in lijn met onze ambitie om een klimaatpositieve organisatie te worden. Dit vereist een enorme transitie in alle aspecten van onze bedrijfsvoering.

Ons doel is dat BUas een leider wordt in vele aspecten waar planeetvriendelijke keuzes en het ondersteunen van een veilige, gezonde en inclusieve community de standaard is. De nadruk ligt op een positief verhaal rond gezamenlijke actie voor een bloeiende toekomst voor al het leven..

Het Climate Positive Organisation intaitief wordt gerund door onze projectleider CPO, beleidsadviseur Sustainability en onze vier topic leads. Deze vier topic leads hebben allemaal verantwoordelijkheid voor een eigen stukje van de organisatie. Hieronder lees je meer over ieder topic.

 

Klimaatpositief per topic

Duurzaamheid en klimaat begint bij de natuur. Bij BUas verdelen we dit onder in biodiversiteit en natuurconnectie. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Biodiversiteit is de kwalitatieve en kwantitatieve diversiteit in levensvormen. We willen dat de biodiversiteit op onze campus zo hoog mogelijk is voor deze locatie. De mate waarin we ons verbonden voelen met de natuur speelt hierin een grote rol. Hoe minder afstand we voelen, hoe meer we geneigd zijn om te zorgen voor onze omgeving. We helpen daarom onze community om in onze gebouwen en daarbuiten een verbinding te voelen met de natuur. Ons doel? In 2029 willen we drie keer zoveel plantensoorten, twee keer zoveel bestuivers, zeker de helft meer vogels, meer bomen planten en 50% van onze graslanden in bloemenweides veranderen. Dit alles in lijn met Breda's visie om als National Park City in 2030 een van de natuurrijkste steden van Europa te worden. 

Energiebesparing is een van de topprioriteiten op onze campus. BUas transformeert van passieve energieconsument naar een organisatie die actief energie opwekt en radicaal efficiënt omgaat met verbruik. We volgen de Trias Energetica: eerst verminderen we de vraag, dan gebruiken we hernieuwbare bronnen, en pas daarna fossiele brandstoffen waar nodig. Ons concrete doel is dat alle drie onze gebouwen voldoen aan de Paris Proof-norm van maximaal 70 kWh per vierkante meter per jaar. We investeren in isolatie, efficiënte systemen, zonnepanelen (momenteel 363 zonnepanelen op de campus) en duurzame verwarmingsoplossingen zoals stadswarmte die overstapt naar volledig hernieuwbare bronnen. Daarnaast onderzoeken we alternatieve systemen zoals warmte-koude-opslag. BUas gebruikt al geen gas meer en betrekt 100% hernieuwbare elektriciteit. We streven ernaar een goed voorbeeld te zijn in energieopwekking en een koploper in energieverbruik.

Inkoop vertegenwoordigt 58% van onze totale CO₂-voetafdruk en biedt daarmee de grootste kans om impact te maken. BUas transformeert haar inkoopbeleid van traditioneel naar regeneratief: elk product dat we aanschaffen en elk materiaal dat we gebruiken moet actief bijdragen aan een gezondere planeet. We richten ons op twee gebieden. Ten eerste materialen voor onze gebouwen: van isolatie tot meubilair, we minimaliseren de milieuimpact door te kiezen voor gerecyclede en biobased materialen, lokale herkomst waar mogelijk, en ontwerpen die demontabel zijn voor toekomstig hergebruik. Ten tweede de inkoop van goederen en diensten: we beginnen met voedsel en dranken (goed voor 65% van onze inkoop-emissies) en breiden dit jaarlijks uit naar andere categorieën. Voor elke productgroep stellen we concrete CO₂-reductiedoelen vast, maar kijken ook verder dan uitstoot alleen. Biodiversiteit, waterbesparing, en sociale impact spelen een grote rol.

BUas hanteert de R-ladder: weiger, herdenk, verminder, hergebruik, repareer—pas aan het einde komt recyclen of verbranden. Ons doel is ambitieus: maximaal 10% restafval, 90% van onze materiaalstromen teruggewonnen als grondstof. Dit vereist inzicht in wat we wegwerpen en waarom. In 2026 voeren we een grondige afvalaudit uit die samenstelling, volumes en knelpunten blootlegt. Die data vormt de basis voor gerichte acties: verbeterde scheidingssystemen op strategische plekken, heldere communicatie over waarom afvalscheiding ertoe doet, en directe samenwerking met cateraars om verpakkingen te verminderen. Afval is uitzonderlijk zichtbaar—iedereen op campus gooit dagelijks iets weg, ziet overlopende bakken, of merkt veranderingen in verpakkingen. Die zichtbaarheid maakt afval een ideaal startpunt voor bewustwording over circulariteit. We betrekken studenten en medewerkers actief als ambassadeurs binnen hun academies, want gedragsverandering bepaalt ons succes. De uitdaging is structureel: dit vraagt om samenwerking tussen inkoop, facilities, communicatie en leveranciers, waarbij preventie altijd voorrang heeft op verwerking.

Het binnenmilieu waarin we leren en werken heeft directe invloed op concentratie, productiviteit en welzijn van onze studenten en medewerkers. BUas richt zich op de fysieke omgeving van onze community: stabiele temperaturen met waar mogelijk individuele zonesturing, goede ventilatie met CO₂- en vochtigheidsmeting, maximaal daglicht met dimbare verlichting, en akoestische maatregelen waar nodig. We streven ernaar een goed voorbeeld te zijn door realistische, meetbare minimumstandaarden vast te stellen. Ons vertrekpunt is helder: thermisch welbevinden staat voorop, gevolgd door luchtkwaliteit, visueel welbevinden en akoestiek. We beginnen we met een nulmeting van temperatuur, CO₂, vochtigheid en verlichting in alle gebouwen. Dit vormt de basis voor een uitgebreid actieplan dat hand in hand gaat met onze energiedoelen. 

Klimaatverandering brengt concrete risico's voor onze campus: hevigere regenval, langere droogteperiodes en toenemende hitte. BUas pakt deze uitdagingen proactief aan door infrastructuur en watersystemen aan te passen. We streven ernaar een goed voorbeeld te zijn door ons voor te bereiden op klimaatextremen terwijl we actief bijdragen aan onze klimaatpositieve doelen. Onze aanpak levert meervoudige voordelen: overtollig water opvangen bij hevige regenval, water vasthouden in droge periodes, hittestress verminderen, en de draagkracht van onze campus versterken. We beginnen in 2026 met studenten van de Academie voor Built Environment die waterbeheersystemen ontwerpen, en met een hittestresstmeting in het Frontier-gebouw. In 2027 volgt een grondige nulmeting die klimaatrisico's voor alle gebouwen en het campusterrein in kaart brengt: van overstroming tot droogte, van waterveiligheid tot waterbeheer. Biodiversiteit en klimaatadaptatie werken hierbij hand in hand.

Natuur

Duurzaamheid en klimaat begint bij de natuur. Bij BUas verdelen we dit onder in biodiversiteit en natuurconnectie. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Biodiversiteit is de kwalitatieve en kwantitatieve diversiteit in levensvormen. We willen dat de biodiversiteit op onze campus zo hoog mogelijk is voor deze locatie. De mate waarin we ons verbonden voelen met de natuur speelt hierin een grote rol. Hoe minder afstand we voelen, hoe meer we geneigd zijn om te zorgen voor onze omgeving. We helpen daarom onze community om in onze gebouwen en daarbuiten een verbinding te voelen met de natuur. Ons doel? In 2029 willen we drie keer zoveel plantensoorten, twee keer zoveel bestuivers, zeker de helft meer vogels, meer bomen planten en 50% van onze graslanden in bloemenweides veranderen. Dit alles in lijn met Breda's visie om als National Park City in 2030 een van de natuurrijkste steden van Europa te worden. 

Energie

Energiebesparing is een van de topprioriteiten op onze campus. BUas transformeert van passieve energieconsument naar een organisatie die actief energie opwekt en radicaal efficiënt omgaat met verbruik. We volgen de Trias Energetica: eerst verminderen we de vraag, dan gebruiken we hernieuwbare bronnen, en pas daarna fossiele brandstoffen waar nodig. Ons concrete doel is dat alle drie onze gebouwen voldoen aan de Paris Proof-norm van maximaal 70 kWh per vierkante meter per jaar. We investeren in isolatie, efficiënte systemen, zonnepanelen (momenteel 363 zonnepanelen op de campus) en duurzame verwarmingsoplossingen zoals stadswarmte die overstapt naar volledig hernieuwbare bronnen. Daarnaast onderzoeken we alternatieve systemen zoals warmte-koude-opslag. BUas gebruikt al geen gas meer en betrekt 100% hernieuwbare elektriciteit. We streven ernaar een goed voorbeeld te zijn in energieopwekking en een koploper in energieverbruik.

Inkoop

Inkoop vertegenwoordigt 58% van onze totale CO₂-voetafdruk en biedt daarmee de grootste kans om impact te maken. BUas transformeert haar inkoopbeleid van traditioneel naar regeneratief: elk product dat we aanschaffen en elk materiaal dat we gebruiken moet actief bijdragen aan een gezondere planeet. We richten ons op twee gebieden. Ten eerste materialen voor onze gebouwen: van isolatie tot meubilair, we minimaliseren de milieuimpact door te kiezen voor gerecyclede en biobased materialen, lokale herkomst waar mogelijk, en ontwerpen die demontabel zijn voor toekomstig hergebruik. Ten tweede de inkoop van goederen en diensten: we beginnen met voedsel en dranken (goed voor 65% van onze inkoop-emissies) en breiden dit jaarlijks uit naar andere categorieën. Voor elke productgroep stellen we concrete CO₂-reductiedoelen vast, maar kijken ook verder dan uitstoot alleen. Biodiversiteit, waterbesparing, en sociale impact spelen een grote rol.

Circulariteit

BUas hanteert de R-ladder: weiger, herdenk, verminder, hergebruik, repareer—pas aan het einde komt recyclen of verbranden. Ons doel is ambitieus: maximaal 10% restafval, 90% van onze materiaalstromen teruggewonnen als grondstof. Dit vereist inzicht in wat we wegwerpen en waarom. In 2026 voeren we een grondige afvalaudit uit die samenstelling, volumes en knelpunten blootlegt. Die data vormt de basis voor gerichte acties: verbeterde scheidingssystemen op strategische plekken, heldere communicatie over waarom afvalscheiding ertoe doet, en directe samenwerking met cateraars om verpakkingen te verminderen. Afval is uitzonderlijk zichtbaar—iedereen op campus gooit dagelijks iets weg, ziet overlopende bakken, of merkt veranderingen in verpakkingen. Die zichtbaarheid maakt afval een ideaal startpunt voor bewustwording over circulariteit. We betrekken studenten en medewerkers actief als ambassadeurs binnen hun academies, want gedragsverandering bepaalt ons succes. De uitdaging is structureel: dit vraagt om samenwerking tussen inkoop, facilities, communicatie en leveranciers, waarbij preventie altijd voorrang heeft op verwerking.

Gezondheid

Het binnenmilieu waarin we leren en werken heeft directe invloed op concentratie, productiviteit en welzijn van onze studenten en medewerkers. BUas richt zich op de fysieke omgeving van onze community: stabiele temperaturen met waar mogelijk individuele zonesturing, goede ventilatie met CO₂- en vochtigheidsmeting, maximaal daglicht met dimbare verlichting, en akoestische maatregelen waar nodig. We streven ernaar een goed voorbeeld te zijn door realistische, meetbare minimumstandaarden vast te stellen. Ons vertrekpunt is helder: thermisch welbevinden staat voorop, gevolgd door luchtkwaliteit, visueel welbevinden en akoestiek. We beginnen we met een nulmeting van temperatuur, CO₂, vochtigheid en verlichting in alle gebouwen. Dit vormt de basis voor een uitgebreid actieplan dat hand in hand gaat met onze energiedoelen. 

Klimaatadaptatie

Klimaatverandering brengt concrete risico's voor onze campus: hevigere regenval, langere droogteperiodes en toenemende hitte. BUas pakt deze uitdagingen proactief aan door infrastructuur en watersystemen aan te passen. We streven ernaar een goed voorbeeld te zijn door ons voor te bereiden op klimaatextremen terwijl we actief bijdragen aan onze klimaatpositieve doelen. Onze aanpak levert meervoudige voordelen: overtollig water opvangen bij hevige regenval, water vasthouden in droge periodes, hittestress verminderen, en de draagkracht van onze campus versterken. We beginnen in 2026 met studenten van de Academie voor Built Environment die waterbeheersystemen ontwerpen, en met een hittestresstmeting in het Frontier-gebouw. In 2027 volgt een grondige nulmeting die klimaatrisico's voor alle gebouwen en het campusterrein in kaart brengt: van overstroming tot droogte, van waterveiligheid tot waterbeheer. Biodiversiteit en klimaatadaptatie werken hierbij hand in hand.